Om de toenemende dreiging van cybercriminelen het hoofd te bieden, is een snellere en intensievere samenwerking nodig tussen politie, Openbaar Ministerie en private partijen die de digitale infrastructuur beheren. Dat concludeert cyberjurist Marc van der Ham in onderzoek dat maandag is gepresenteerd op het symposium Cybercrime in transitie in Den Haag. Voor deze publiek-private samenwerking is een duidelijke juridische basis nodig binnen de kaders van de democratische rechtsstaat.
De Nederlandse samenleving draait inmiddels volledig op digitale infrastructuur, die voor het leeuwendeel in handen is van internationaal opererende private bedrijven. Voor deze bedrijven gelden er strenge eisen ten aanzien van cybersecurity en weerbaarheid, maar die blijken niet afdoende. Bovendien is de introductie van AI een gamechanger. Het wordt voor cybercriminelen niet alleen eenvoudiger om geavanceerde aanvallen te plegen, maar AI biedt ook meer mogelijkheden om te verhullen welke actoren er achter aanvallen zitten. Criminelen kunnen zich voordoen als statelijke actoren en andersom. Autonome AI-agents kunnen inmiddels zelfstandig hacken en schade aanrichten. AI biedt ook kansen voor de opsporing en de cybersecurity-industrie, maar duidelijk is wel dat publieke organisaties geen tijd te verliezen hebben.
In een democratische rechtsstaat is het de taak van de politie en het Openbaar Ministerie om cybercriminelen op te sporen en te vervolgen. De politie en het OM zijn daarvoor echter steeds afhankelijker geworden van private bedrijven, die beschikken over de benodigde informatie en technologie. De afgelopen jaren zijn verschillende succesvolle vormen van vrijwillige publiek-private samenwerking opgestart, zoals Project Melissa in de strijd tegen ransomware. Toch belemmert het gebrek aan een duidelijke juridische basis optimale samenwerking, zeker sinds de introductie van AI. Het is daarom niet vanzelfsprekend dat deze succesvolle voorbeelden ook in de toekomst adequaat blijven, aldus Van der Ham.
Aanvullend juridisch instrumentarium
Volgens Van der Hams onderzoek vraagt effectievere cybercrimebestrijding om een aanvullend juridisch instrumentarium voor samenwerking tussen de opsporing en het bedrijfsleven, waarbij ook de grondrechten afdoende worden beschermd.
Hij doet daarvoor verschillende aanbevelingen, zoals een verplichting om ernstige cybercrime-incidenten te melden bij de politie, analoog aan de meldplicht voor cybersecurity-incidenten. Vrijwillige publiek-private samenwerking, en de deelname van publieke organisaties daaraan, zou gebaat zijn bij een duidelijke wettelijke grondslag, geënt op de Wet gegevensuitwisseling samenwerkingsverbanden.
Daarnaast zouden cybercriminelen beter kunnen worden opgespoord met een know-your-customerbeleid voor hostingdiensten die gebruik maken van virtuele servers die vanuit Nederland worden aangeboden.
Tot slot moet Nederland het nieuwe e‑Evidence-pakket dat snelle en grensoverschrijdende toegang tot bewijsmateriaal mogelijk maakt, zo snel mogelijk implementeren en samen met Europese partners gaan gebruiken.
Publicatie
De publicatie Grip op digitale dreiging: de opsporing en vervolging van cybercrime is verschenen als Strategische Reflectie bij CoSPIRIT (gratis download). In de Strategische Reflecties wordt actueel wetenschappelijk onderzoek toegankelijk gemaakt voor politiek en beleid. Het CoSPIRIT-project van Tilburg University beoogt op diverse wijzen de benutting van wetenschap in beleid te verbeteren.





0 Reacties